Column Nanda Roep: Winters

  Column

APELDOORN - Schrijfster en uitgeefster Nanda Roep schrijft wekelijks over Apeldoorn, waar zij woont samen met haar man, cabaretier Silvester Zwaneveld, en hun twee kinderen.

Er is niks te zeggen. Het was koud en verder niks. Ik bleef binnen om mijn nieuwe roman af te ronden. Na een paar doorwaakte nachten was het zo ver. Ik juichte dat het af was en viel om.
Beneden was het koud, boven ook... Ik wilde vogelvoer maken maar moest voor het vet naar de supermarkt, dus het werd drie dagen uitgesteld. Er was bijna maar één gedachte: brrr.
In de straat bleef ook iedereen binnen. Eén ochtend heb ik vanaf de deur gezwaaid naar een buurvrouw die ook binnen zat. Dat was het zo'n beetje.

Toen ik met de trein naar Utrecht moest, wilde ik op het station nog even in het blad 'Noaber' kijken. Maar het was al weg.
Ik haalde koffie bij de Albert Heijn To Go en reageerde op de rillende medewerkster.

Ze drukte haar handen rond een karton vol thee en blies er haast wanhopig in.
"Wat is het koud hè?", glimlachte ik.
Ze rilde dat het komen en gaan van mensen in dikke, winterse kleding haar er constant aan herinnerde hóe koud het was.
"En ik moet weer terug naar buiten", zei ik met enig zelfmedelijden.
"Maar ik sta hier stil", riep ze me na.
Ze had gelijk, dat was erger. Ik voelde mee hoe haar tenen al binnen tien minuten bevroren hadden aangevoeld. De kou trok over haar rug omhoog. Stuipjes van kippenvel, al die uren. Brr.
Toen ik aan het einde van de dag terugkwam in Apeldoorn, fietste ik rillend naar huis. We hebben eten laten bezorgen door een jongen die zich weinig van de barre temperatuur leek aan te trekken. Hij deed gewoon zijn werk, het ging prima. Ik vond hem daardoor gerust een beetje minder sympathiek.

Meer berichten