Foto: Richard Havenaar

Column Nanda Roep: Tulpen

  Column

Bij bloemisterij Labberton kocht ik tulpenbollen. Als ik één ding heb geleerd in deze stad, is het wel het genot van planten en zaaien in de herfst en winter. Voorheen had ik geen tuin, in Amsterdam was het al luxe met een balkonnetje. Dáárvoor was ik een kind dat niet tuinierde. Nog steeds ben ik geen fanatiekeling, maar dat hoef je niet te zijn voor het planten van een paar tulpenbollen.

'Hee,' zei ik aan de kassa. Ik las het kaartje voor dat aan het netje met bloembollen vastzat. 'Tulpen Apeldoorn.'

De kassière keek er niet van op en ze ging er ook niet speciaal op in. Maar in mijn hoofd kwamen de verhalen alweer tot leven: we hebben tulpen. Eigen tulpen. Speciaal gekweekt ter ere van deze stad – zoiets moest het zijn. Terwijl ik naar huist fietste, drong het lied 'Tulpen uit Amsterdam' zich aan mij op – we zouden een variant als 'Tulpen uit Apeldoorn' moeten hebben.

Natuurlijk begon ik thuis meteen te googelen. Wat blijkt? De tulp 'Apeldoorn' is beroemd en zeer gewaardeerd. Het is een kersenrode tulp met een kenmerkend zwart hart, lees je online. Sinds 1951 is de tulp Apeldoorn op de markt en ze is de bekendste van de rode Darwin Hybride-soorten. (De hybride-soort is het resultaat van een kruising tussen enorme rode tulpen, uitgevoerd door D.W. Lefeber die er een beroemdheid mee werd.) De officiële naam is Tulipa Apeldoorn Rood.

Dus ja, voortaan hoort die natuurlijk in mijn tuin! Dit zijn tenslotte ónze tulpen. (Het is overigens niet duidelijk geworden waarom de tulp 'Apeldoorn' is gaan heten – misschien weet u het?) Als we Amsterdammers waren, zouden we niets anders dan deze bloem meebrengen naar visites. We zouden trots vermelden dat deze niet alleen de mooiste, maar ook de allerbeste is. Maar ja. Dat zijn we niet, hè. Ook al hebben wij dus écht de mooiste en de beste.

Meer berichten