Foto: Richard Havenaar

Column Nanda Roep: Politie

  Column

Mijn kinderen hadden de politie gebeld. Ik schrok me rot. Een onbekende man had luidruchtig geprobeerd om in te breken. Hij was dronken en schopte tegen de deur, nadat hij eerst eindeloos had aangebeld. Ze hadden wel gezegd dat hij weg moest gaan, maar dat deed hij niet. Ik was in alle staten…

Aan de telefoon hoorde ik, aan de andere kant van de lijn, de stemmen van agenten. Eerst waren ze binnen drie minuten ter plaatse geweest om de man te verwijderen. Nu kwamen ze meteen alweer terug om mijn kinderen gerust te stellen. De agent wist zeker dat de man niet zou terugkomen, hoorde ik hem zeggen.

Onderweg naar huis, waren er veel vragen. Ik kreeg goed antwoord en gaandeweg werd mij duidelijk, dat ik de figuur misschien kon achterhalen… Misschien begrepen wij wie het was, en zelfs waarom hij aan de deur stond…

Na wat zoeken online en bevestiging van onze kinderen, zochten wij naar oude nummers in onze telefoons. We belden een huistelefoon en inderdaad: hij was het. Zijn vader zat naast hem en had het hele verhaal al gehoord.

Na de schrik kwam de tevredenheid over het dorpse karakter dat Apeldoorn weer eens toonde. Niet alleen konden wij uitvogelen wie onze kinderen schrik had aangejaagd – dat zou in Amsterdam nooit zijn gelukt.

We hoorden dat hij bovendien door een agent was opgehaald die hij kende uit een privé-situatie. Vandaar dat de agent zo'n overtuigende geruststelling kon geven, begreep ik toen; hij wíst het omdat hij hem kende.

Binnen afzienbare tijd waren alle vragen beantwoord. De dronkaard bracht – eenmaal nuchter - bloemen en chocolaatjes als verontschuldiging. Ik bleef achter met de wens om de politie te bedanken voor haar snelle aanwezigheid.

Meer berichten