Column Nanda Roep: Veluwse noaber

  Column

APELDOORN - Schrijfster en uitgeefster Nanda Roep schrijft wekelijks over Apeldoorn, waar zij woont samen met haar man, cabaretier Silvester Zwaneveld, en hun twee kinderen.

Eén ding was destijds irritant aan mijn nieuwe buren: ze spraken dialect en ze deden het erom. Niet iedereen natuurlijk, maar mannen die zelf óók wel weten dat ik hen bedoel.
Ieder buurtfeest hielden ze mij met mijn goede bedoelingen gevangen en spraken onverstaanbaar. Ze gaven hun dialect een extra plat klankje om zeker te zijn dat ik, Randstedeling, ze niet kon verstaan - ik zweer het.
Maar zelf ben ik opgegroeid in de Betuwe, ook Gelderland. Mijn moeder zei: "Wat zegt u?", als ik de klank uit het durp overnam. Maar trouwens ook als ik de Amsterdamse tongval van mijn tantes sprak. "O, ga je even doessen?", riep ze me na, op weg naar de badkamer. Kennelijk was ik nogal gevoelig voor taal en mijn moeder probeerde mij op het ABN-pad te houden. Algemeen Beschaafd Nederlands.

Vanwege mijn aanstaande taalproject in Groningen, werd ik erop gewezen dat ik ook iets aan het dialect van de Noord-Nederlanders zou moeten doen. Waarvoor dank, we hebben het op de agenda gezet.
Toen vroeg ik me ineens af... of die rare buren van mij soms een officieel dialect in leven houden? Hebben wij Apeldoorners óók een speciale Suske & Wiske-uitgave, net als de Noorderlingen, maar dan in het Veluws?
Maar nee, die heb ik niet gevonden. Wel een vrij lijvig 'Veluws Handwoordenboek'. In 2011 samengesteld door H. Scholtmeijer, een Nederlandse dialectoloog. Dat beroep bestaat dus.
Het handboek bevat enorm veel woorden, alleen: het is Veluws-Nederlands. Als import-Apeldoorner zou ik gebaat zijn bij een editie Nederlands-Veluws.
Dus: is er iemand die zich opwerpt om het te verzorgen? Je weet maar nooit. Dan kan deze vrouwmins het Veluws ook een driet bietje estemieren. En een bitske proaten met eur noaber.

Meer berichten