Foto: Richard Havenaar

Column Nanda Roep: Zorg

  Column

Afgelopen week moest ik aan mijn vader denken. In het nieuws ging het namelijk over het rapport van de Commissie Geweld Jeugdzorg. De conclusie was dat kinderen die vanaf 1945 in jeugdzorginstellingen of pleeggezinnen verbleven, onvoldoende zijn beschermd tegen fysiek, psychisch en seksueel geweld.

Mijn vader was zo'n kind dat uit zorg in een instelling werd geplaatst, vlak na de oorlog. Dat is meteen alles wat ik weet. Hij sprak er niet over en drukte de herinnering weg. Ik weet dus niet waarom het onderwerp taboe was; hij heeft alleen weleens verteld dat kinderen in zijn situatie destijds in de gevangenis werden bijgeplaatst, vanwege gebrek aan opvang.

Gaandeweg is er toch een breuk gegroeid tussen mijn ouders en mij. Ik drukte kennelijk op knoppen die te pijnlijk waren en wellicht was er sprake van een generatiekloof. Het verleden als pijnpunt waar je liever niet aankomt...

Het enige waarover mijn vader graag sprak, was een periode uit zijn jonge jaren die hij als Utrechter in Apeldoorn doorbracht. Hij studeerde aan een technische school – het moet een school aan de Loolaan zijn geweest. Mijn vader beschreef dat er aan de overkant een opleiding voor verpleegsters was – misschien zijn er lezers die zich dit herinneren?

Welnu, dan begon hij te glimmen en vertelde over een conciërge-achtige figuur waar ze langs moesten zien te sneaken om bij de meiden te komen. Kennelijk was deze man hardhandig als hij je te pakken kreeg, maar reageerde hij gelaten als het was gelukt om langs hem te komen. Ik heb dit honderd keer gehoord.

Deze Apeldoornse conciërge was misschien de eerste figuur in het leven van mijn vader, op wiens gedrag hij blindelings kon varen.

Meer berichten