Foto: Richard Havenaar

Column Nanda Roep: Koffie

  Column

Als schrijfster betaal ik mezelf zakgeld uit en daarvan drink ik graag een kopje koffie in de stad. Deze week liep ik door de Hoofdstraat na zo'n pauzemoment, richting het Caterplein, toen groepjes tieners me tegemoet fietsten. Ze kwamen van school en gingen naar huis, of misschien naar een les. Zoals het gaat met pubergroepjes, schreeuwden ze redelijk onbelangrijke dingen naar elkaar - terwijl niemand naar niemand luisterde. Automatisch begon ik te glimlachen.

'Hier mag je niet fietsen,' riep de een.

'Nee, hier mag het wel,' schreeuwde een ander.

Het maakte weinig uit aangezien de groep sowieso geen vaart minderde. Maar ik wist het antwoord: het mag niet. De boete die ik hier heb liggen, is het bewijs.

Op een druilerige decemberdag, wilde ik tijd sparen door fietsend wat klusjes in de stad te doen. Er liep niemand in mijn wijde omtrek, dus ik stapte alvast op mijn fiets toen er een man tevoorschijn sprong van achter een muurtje. Hij juichte zowat van blijdschap dat er iets te doen was: hij mocht een boete uitdelen.

Een jonge man vergezelde hem. Mijn vermoeden was dat het om een stagiair ging die mocht leren boetes te schrijven. Ik begreep hun blijdschap wel, tenslotte was het uitgestorven dus ze zullen echt hebben gewacht op wat actie. Maar zeg nou eerlijk: wie er had er last van mij...? Ze konden niemand aanwijzen.

Als ik eraan terugdenk, word ik pissig. Gelukkig werden de tieners nu niet met dergelijke nonsens belast. Ik hoop maar dat de gemeente blij is met mijn zakgeld. Ik hoop dat ze er vijfentwintig kopjes koffie van gaan bestellen bij de lokale horeca, zoals ik had willen doen.

Meer berichten