Foto: Richard Havenaar

Column Nanda Roep: Museum

  Column

De ijspret is helaas aan mij voorbijgegaan want afgelopen vakantie was ik bijna niet in Apeldoorn. Ik heb eerder weleens verteld dat ik op vrije dagen graag naar zee ga, vooral sinds ik bij de bossen woon. Nu was het Den Haag.

Daar was voor mij geen ijspret, wel ijzig weer. Man, hoe dichter bij zee, hoe ondraaglijker het werd! Daarom besloot ik tot een museumdag in het Haagse Gemeentemuseum. In de prachtige, zogeheten Tuinzaal wandelde ik langs een bord waarin het Gemeentemuseum zichzelf tot beste museum van Nederland uitriep.

Terwijl ik me bedacht dat Apeldoorn dergelijke bravoure niet zomaar had en terwijl ik mijmerde of de stad die zou moeten hebben – toen viel mijn oog op een Apeldoornse naam.

Chris Wegerif! Als montere import-Apeldoorner heb ik allang kennis van de aannemer en architect die bepalend was voor het gezicht van de stad. Ik vind hem interessant. Wat zeg ik; ik had zelfs plannen om een biografische roman over hem te schrijven!

Dus dacht ik: 'Leuk, een stukje Apeldoorn in het Haagse Gemeentemuseum.' Ik zocht met verhoogde interesse naar zijn werk. Dat viel niet mee, want het was in een gesloten, onverlichte kamer om de werken te beschermen in een zogeheten batikatelier. Het ging om de gordijnen, begreep ik gaandeweg, een samenwerking met zijn vrouw Agathe (die hem ontrouw was; ook spannend voor een biografie).

Uiteindelijk stond ik schouderophalend naast het okergele gordijn en dacht: 'Nah ja, ze mocht dus de gordijnen ophangen.' Pas online zag ik wat ik had moeten zien: de contouren van een fluitspeler. Prachtig en knap, maar totaal vervaagd op de stof. Ja zeg, dan had ik net zo goed hier kunnen blijven. Had ik nog kunnen schaatsen ook.

Meer berichten