Foto: Richard Havenaar

Column Nanda Roep: Trein

  Column

Eén ding had ik echt niet verwacht van Apeldoorn. Het is toch een rustige en overzichtelijke stad; er is voldoende ruimte voor iedereen. Maar er is altijd uitzondering op de regel. Bijvoorbeeld wanneer je op zaterdagochtend de stad verlaat met de trein.

Wat een drukte! Elke keer weer! Met mijn zoon was ik op pad, maar we kwamen het balkon, dat tussenhalletje, al amper af. Automatisch ging zoon al op de vloer zitten, met zijn voeten op het trapje naar de uitgang.

We hebben in weekends geregeld op de grond gezeten in de internationale trein. Je kunt ons gerust ervaringsdeskundigen noemen. Als kleutertje zat hij al noodgedwongen in het gangpad, samen met mij, en zijn rugzakje naast zich op de grond.

Maar dit keer wilde ik echt kijken of we konden zitten. Dom natuurlijk, maar ik was zo moe. Dus we wandelden de coupés door. Langs een balkon vol koffers en ook een rolstoel. We ontweken hondjes in het gangpad en pakten voorzichtig hoofdsteunen vast als de trein slingerde. Het lukte niet. Er was een barretje open, waar ik niet kon pinnen voor een kopje koffie.

Na Amersfoort zijn we weer helemaal teruggelopen – langs het hondje, de slapende mensen en de vele koffers. Pas voorbij Hilversum zag ik één vrije stoel en ging zitten. In de verte stond een groep Duitse jongeren bier te drinken. Ik schoof opzij en maakte een puntje ruimte voor mijn zoon.

Zo reisden we verder. Ik herinnerde me dat ik als meisje altijd bij mijn moeder op schoot moest als het druk werd in de trein. En nu zaten wij hier op een stoel gepropt. Stilletjes genoot ik van zijn nabijheid.

Meer berichten