Column Nanda Roep: Pubers

  Column

APELDOORN - Schrijfster en uitgeefster Nanda Roep schrijft wekelijks over Apeldoorn, waar zij woont met haar man, cabaretier Silvester Zwaneveld, en hun twee kinderen.

Ik fietste achter twee pubers en twijfelde of ik ze zou inhalen. Ik zou mezelf niet snel beschouwen als iemand die dol is op pubers. Ze zijn lawaaiig en slingeren klodderig op hun fietsen. Je weet nooit of je met ze kunt praten, want sommigen vinden het al raar als je ze alleen maar groet.
Maar goed, ik kende ook nog helemaal geen pubers toen ik in Apeldoorn kwamen wonen, dus dan is het al gauw vreemd volk. Ik kwam hier met een kleutertje en een peutertje, vlak na onze verhuizing begon mijn dochter op de basisschool.

Wat ik toen niet wist, en nu wel, is hoe leuk het zou zijn om de kinderen groter te zien groeien. Je volgt niet alleen je eigen spruit, maar zijdelings zie je een heel klaslokaal opgroeien. Allemaal kinderen die je daarna soms tegenkomt en waarvan je denkt: verrek, dat is die-en-die, wat is die gróót geworden!
En intussen zit mijn eigen kind in de pubertijd en ik verbaas me erover hoe lief die tieners eigenlijk zijn. Er zit altijd een glimlach op en een beleefde groet. Maar dat zijn degenen die bij ons thuiskomen.
Nu ik achter deze twee pubers fietste, jongens, probeerde ik in te schatten hoe ze zich zouden gedragen. Of ze bijvoorbeeld onverwacht opzij zouden zwenken... Pas in tweede instantie herkende ik er één. Een jochie van de basisschool! Hij was zó groot geworden!
Maar ik heb in de tussentijd natuurlijk ook bijgeleerd, dus ik twijfelde of ik zou reageren. De pubers sloegen af en we keken elkaar in de ogen. Een blik van herkenning, en ik groette hem keurig netjes niet hardop. Samen met zijn vriend fietste hij weer uit zicht, mij glimlachend achterlatend.

Meer berichten