[Column Nanda Roep] Hulpsint


Foto: Richard Havenaar
Column Nanda Roep

Hulpsint

  Column

In dit coronajaar zag ik de aanbeveling om Sinterklaas te laten bellen naar je kind. Op die manier hoeft de echte Sinterklaas niet alle huizen in, maar is er toch contact. Hoewel wij het officieel niet meer vieren (officieus kan ik het nog niet laten), bracht het me terug naar het jaar 2008. Het jaar waarin Sinterklaas zich verwaardigde om onze kinderen te bellen.

Onze oudste, toen 7 jaar, had tegen me gezegd: ‘Soms denk ik dat jullie het doen.’

Daarom besloten we dat we het dat jaar anders zouden aanpakken, want het kon weleens de laatste keer zijn. We schakelden de hulp in van onze vriend Arjin Jans, directeur van kringloopbedrijf Foenix.

Wij waren – en zijn – dol op het jaarlijkse kinderfeest. Vooral op hoe de fantasie erdoor wordt geprikkeld. Met theatermaker Silvester in huis was het moment waarop we de Zak met cadeautjes zouden vinden, altijd compleet uitgedacht en nog net niet gescript.

Dat jaar moest de Zak van Sinterklaas extra goed verstopt worden – en dat was maar goed ook, want inderdaad zocht onze dochter precies op de juiste plekken.

Zodra het heerlijk avondje begon, belde Sinterklaas. In ons geval dus hulpsinterklaas Jans. Voor onze kinderen was hij ‘oom Arjin’, dus er was enige zorg of ze zijn stem zouden herkennen.

Maar dat gebeurde niet. Ons kind begon van schrik te blozen toen ze de telefoon opnam en de ECHTE Sinterklaas aan de lijn kreeg. Met een donkere stem vertelde hulpsint Jans hoe braaf de kinderen waren geweest en met zijn allen zongen we ‘Zie ginds komt de stoomboot’ voor hem, voordat hij verklapte dat we in het fietsenhok moesten kijken.

Mijn dochter heeft het er dagen over gehad, maar ook wij haalden afgelopen week deze anekdote op met onze vroegere hulpsint. Zo zie je hoe een klein belmoment twaalf jaar later nog altijd een leuke herinnering geeft.

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden