Kerstbakje monument dwangarbeiders weer gestolen: ‘Totaal respectloos’


<p>Arend Disberg: &quot;In Rees was mijn vader over een kiepkar gelegd en afgeranseld.&quot; (foto Gert Perdon)</p>

Arend Disberg: "In Rees was mijn vader over een kiepkar gelegd en afgeranseld." (foto Gert Perdon)

(Foto: )

Kerstbakje monument dwangarbeiders weer gestolen: ‘Totaal respectloos’

Apeldoorn - Net als het jaar ervoor heeft de Stichting Dwangarbeiders Apeldoorn 1940-1945 voor de kerstdagen een kerstbakje geplaatst bij het oorlogsmonument De Dwangarbeider op de Markt. Net als het jaar ervoor heeft het bakje de kerst niet gehaald, want binnen 24 uur was het al gestolen. Dit tot groot verdriet van de vrijwilligers van de stichting. Oprichter en voorzitter Arend Disberg doet zijn verhaal.

Door Bert Nijenhuis

“Mijn vader had littekens op zijn rug. In zijn jeugd was hij door een asbestdak gevallen, dat vertelde hij tenminste altijd. Begin 1999 werd vader ziek en opgenomen in het ziekenhuis, waar hij een pacemaker kreeg. Hij moest er zes weken blijven. Uit het niets vertelde hij me daar dat hij die littekens had opgelopen op zijn zestiende. In Rees was hij over een kiepkar gelegd en afgeranseld. Toen ik hem vroeg wat hij bedoelde met Rees zweeg hij meteen weer.”

“In augustus 1999 kreeg mijn vader te horen dat hij longkanker had. Ze gaven hem nog een paar maanden, tot aan de Kerst. Vanaf dat moment is hij meer over zijn jeugd gaan vertellen, ook over Rees. Hij vertelde dat hij op 2 december 1944 samen met zijn vader uit huis was gehaald en weggevoerd naar het Marktplein. Daar stonden 11.000 jongens en mannen, waarvan er 4500 werden afgevoerd naar het station. Daar stonden twee treinen die werden volgepropt, mijn vader en opa zaten in het eerste treinstel. Deze trein werd de volgende dag door geallieerde vliegtuigen beschoten bij Werth in Duitsland. Daarbij vielen veel gewonden en 26 doden.”

‘Het is een emotionele link naar hun geliefden’

“Zo’n 850 mannen en jongens die in Apeldoorn uit huis waren gehaald en op straat opgepakt, kwamen uiteindelijk in Rees terecht. Daar stond een oude dakpannenfabriek die was omgebouwd tot strafkamp. In kamp Rees zaten 1500 krijgsgevangen uit onder meer Polen, Frankrijk en Rusland. Daarnaast verbleven er ongeveer 3500 Nederlandse dwangarbeiders. Zij kregen bij binnenkomst een penning en werden in groepen van vijftig man ondergebracht in droogloodsen met open wanden en kapotte daken. Ze sliepen op de kale grond. Ze moesten schuttersputjes graven en tankvallen maken. Voor een hele dag werken kregen ze twee stukjes brood en een halve liter koolwatersoep. Veel mensen zijn er door ondervoeding, slaag en ziekte overleden. Wie niet hard genoeg werkte of onderweg bijvoorbeeld een half verrotte suikerbiet had weggenomen en werd betrapt, moest zijn penning inleveren en kreeg die avond geen eten. Ze werden kaalgeschoren en geslagen met knuppels en stokken. Een van de slachtoffers was mijn vader. Gelukkig heeft hij nog tot 4 september 2003 geleefd. In de paar jaar daarvoor vertelde hij zijn verhaal. Nooit in één keer, want hij sloeg steeds weer dicht.”

“Eind 2002 heb ik een oproepje in de krant laten plaatsen om meer Apeldoorners te vinden die naar kamp Rees zijn afgevoerd. Er reageerden 285 mannen, waarvan ik er zeker 210 heb bezocht. Bij sommigen ben ik wel zes keer geweest. Zij hadden net als mijn vader moeite om hun verhaal te vertellen. De Stichting Dwangarbeiders Apeldoorn 1940-1945 is opgericht op 3 augustus 2004. Op 2 december van dat jaar is het monument De Dwangarbeider onthuld. Voor het derde achtereenvolgende jaar hebben we onlangs een kerstbakje geplaatst bij alle monumenten die met Kamp Rees en de beschieting in Werth te maken hebben. Daarmee herdenken we de slachtoffers en eren we de oud-dwangarbeiders en hun nabestaanden.”

Totaal respectloos

“Op 24 december moest ik voor een coronatest naar de Vlijtseweg. Ik kwam langs het Marktplein en zag dat het bakje was gestolen. Ik was diep teleurgesteld. Ongelooflijk en totaal respectloos dat iemand iets steelt bij een oorlogsmonument. Vorig jaar stond het bakje er twee dagen. Ik heb toen geen aangifte gedaan, maar de dader via de media aangeboden iets te vertellen over kamp Rees, of geld te geven voor een eigen kerstbakje. Deze keer heb ik wel aangifte gedaan. Omdat je hoort af te blijven van iets dat niet van jou is. Zo’n bakje van tien euro is voor de oud-dwangarbeiders en hun nabestaanden veel meer waard. Het is een emotionele link naar hun geliefden, die er niet meer zijn. We blijven de kerstbakjes plaatsen en jaarlijkse herdenkingen verzorgen. De dader is van harte welkom. Tegen hem of haar zou ik willen zeggen: geef je fout toe, leer ervan en doe het nooit weer.”

dwangarbeidersapeldoorn.nl

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden